contact

Droom en muziek

"De luisteraar wordt de muziek zoals de dromer de droom. Droom en muziek: een even precieze maar even ongrijpbare want aldoor wijkende werkelijkheid. In beide weten we blind onze weg te vinden, maar zodra we de ander deelgenoot van ons traject proberen te maken, weigert onze tong dienst."

Elmer Schönberger: Het Gebroken Oor. www.meulenhoff.nl

Protest op het Malieveld

Ongewenste vreemdeling

De laatste keer was bijna dertig jaar geleden, op 29 oktober 1983 om precies te zijn. Gisteren ging ik opnieuw naar Den Haag om te demonstreren. Flesjes water, zonnehoedje, jammer, fototoestel vergeten. Ik verwachtte niet dat de Mars der Beschaving ook maar in de buurt zou komen van de grote anti-kernwapendemonstraties van de jaren tachtig. Toch zocht ik op het station en in de trein hoopvol naar medestanders. Tevergeefs. Ik geef het toe, ik was ook een beetje laat, toch weer te lang doorgewerkt.

De trein ruikt naar zonnebrand en veel passagiers lijken eerder op weg naar het strand van Scheveningen dan naar het Malieveld. Op zulke momenten voel ik me alsof ik in een parallel universum leef. Ben ik echt zo'n buitenbeentje als ik van klassieke muziek hou? Op Utrecht Centraal zie ik een eenzaam wit kruis op een zwarte paal. Een teken! De trein rijdt langs de Rode Doos van Vredenburg. 'Hier zit muziek in' staat er op. Ik denk dat het de meeste medepassagiers koud laat. Bij aankomst in Den Haag Centraal zie ik vermoeide gezichten boven zwarte t-shirts met witte kruisen. Een zwart jurkje met een aarzelend kruis in krijt. Ik ben blijkbaar toch niet helemaal de enige. En daar was het me om te doen. Echt resultaat zou deze demonstratie waarschijnlijk niet opleveren, maar dan toch een beetje saamhorigheid om het gevoel niet welkom te zijn in deze maatschappij te compenseren.

Ramsey Nasr vergelijkt hoe politici over kunstenaars praten met de vooroordelen over allochtonen. Dat komt aan. Ik voel me inderdaad een ongewenste vreemdeling in eigen land. En het ergste is dat de regering het nu allemaal officieel maakt. 'Overheidssubsidie voor kunst en cultuur mag niet vanzelfsprekend zijn', zegt de VVD. 'Kunst, kennis en altruïsme is wat ons onderscheidt van de dieren', zegt de dichter des vaderlands.


Van melkventer tot musicoloog

Ik zit de laatste tijd veel met mijn neus in de archieven. Met rode oortjes lees ik hoe Kees Hartvelt - dirigent van de Orkestvereniging Amersfoort in de jaren 40, 50 en 60 - Milhauds La Création du Monde in Nederland in première bracht. Intussen hoor ik deze geweldige muziek ook nog eens live op Radio4 in de onvolprezen Zaterdagmatinee. Maar af en toe wordt ik ook ruw terug in onze tijd getrokken als het kabinet weer een onzalig idee poneert. "We moeten terug naar de tijd waarin de elite de kunst onderhield." Ik besef dat ik geluk gehad heb. Was ik honderd jaar geleden geboren, dan was ik nooit geworden wie ik nu ben.

Ik kom uit een lange lijn van eenvoudige boeren en buitenlui. Van melkventers, sloepenroeiers, tuinders en schulpenvissers. Mijn vader werd huisschilder omdat de timmerklas vol was. Mijn moeder mocht als meisje en oudste van zeven kinderen niet verder leren, hoezeer het hoofd van de school ook voor haar pleitte. Als het aan het huidige kabinet had gelegen hadden mijn ouders nooit muzieklessen voor mijn broer en mij kunnen betalen. Gelukkig had de regering 35 jaar geleden andere normen en waarden. De muziekschool was begin jaren zeventig toegankelijk voor iedereen.

Inmiddels zijn het Groot Omroepkoor en het Radio Filharmonisch orkest aangeland bij Les Noces van Stravinsky. Ik denk terug aan een uitvoering jaren geleden in Vredenburg en zie mijn vader weer genieten van het spektakel op vier piano's en van mijn broer, die in accentloos Russisch de bas-solo vertolkt. Volgens Geert Wilders zijn wij grachtengordel elite en lurken we aan de subsidiekraan. Het ergste vind ik nog dat Mark Rutte hem niet tegenspreekt.


De voorstelling en het publiek

Uit de toon

Ik ga graag naar de opera. Niet al te vaak, want het is een kostbare liefhebberij. Maar je krijgt altijd waar voor je geld. Overrompelende solisten, een schitterend orkest in de bak en zinsbegoochelende decors. Sommige mensen vinden dat de regie zich ook zou moeten bemoeien met het publiek. "Kijk nou zo'n rode trui, die meneer valt helemaal uit de toon", hoor ik een mevrouw voor me in de rij zeggen.

Ik denk terug aan een vakantie in Oostenrijk jaren geleden. We kwamen in de buurt van Salzburg. Met een vooruitziende blik had ik mijn netste kleren zorgvuldig ingepakt. Tussen de afritsbroeken, fleece shirts en bergschoenen nam mijn zwarte orkestkleding niet al te veel plaats in. Tussen twee bergtochten door bezochten we Salzburg. We naderden de opera en mijn mond viel open: op straat zag ik allerlei mensen in gala tenue. Ik besloot dat mijn netste kleding bij lange na niet keurig genoeg was en zette een bezoek aan de opera uit mijn hoofd.

Dat zou mij nu niet meer overkomen. Van mij mag iedereen die niet op het podium staat aantrekken wat hij of zij prettig vindt. Of dat nou een kostuum in Schotse ruit is of een comfortabele broek met trui. Ik zie met plezier dames op leeftijd in groene en gouden pailletjes voorbij komen. Van mij mag het allemaal. Ik kom voor de muziek.


© Copyrights Carine Alders 2016Alle rechten voorbehoudenDisclaimerContact

visuelezaken

Logon
bio
diensten
portfolio
links